Voorblad GB maart 2026Een Jona noodpakket

In de laatste maanden van 2025 hebben de meeste Nederlanders het informatieboekje Bereid je voor op een noodsituatie in hun brievenbus gekregen. Hierin staat informatie die je nodig hebt om je goed voor te bereiden op een crisis, want het is immers niet zozeer de vraag óf we daarmee geconfronteerd zullen worden, maar eerder wannéer.
Door extreem weer, een grote storing of een ander noodgeval kunnen stroom, water of internet ineens wegvallen, en wat moet je dan in huis hebben om de eerste dagen te overleven? Om je voor te bereiden moet je drie dingen doen: stel je noodpakket samen, maak een noodplan, praat met elkaar en help elkaar. Als je naar de adviezen kijkt, valt vooral op dat je moet zorgen voor spullen in je noodpakket: warme dekens, zaklampen, waxinelichtjes en kaarsen, blikken soep, houdbare melk, enzovoort. Ook bij het met elkaar praten en het elkaar helpen ligt de nadruk op die spullen: wat heb jij in huis,zullen we iets delen, waar kan ik je aan helpen?

Die nadruk op spullen (materiële dingen dus) werd onlangs opgemerkt door predikant en dichter Sytze de Vries in een dienst in de Domkerk van Utrecht, tijdens het zogenaamde ‘spiegelmoment’ in de liturgie. Hij hield toen een praatje dat mijn aandacht trok. Want hij zei: moeten we naast zo’n materieel noodpakket ook niet een geestelijk
noodpakket hebben, iets waar we op kunnen teruggrijpen om ons mentaal te ondersteunen, om de crisis te doorstaan. Ik vond dat een interessante gedachte. Maar wat moet er dan in zo’n geestelijk noodpakket komen? Hij wees erop dat we armer zijn
geworden sinds we geen liederen meer uit ons hoofd kunnen zingen. Vroeger hadden kerkmensen een voorraadje vaste teksten die ze te pas en te onpas konden zingen.
Soms waren dat bijbelteksten, soms liedteksten, die als steunpunten konden dienen in moeilijke tijden. (Overigens: was dat bij protestanten anders dan bij katholieken?

Ik kreeg het als protestant van huis uit mee.) Tegenwoordig is dat veel minder het geval. Sytze de Vries haalde een bijbels voorbeeld aan: Jona, die in de buik van de vis - in een crisissituatie - begon te zingen. Wat hij zong waren allemaal aan elkaar geplakte teksten uit de psalmen, liederen die hij van kinds af aan geleerd had en nu van pas kwamen. Opvallend is dat hij geen klaagzangen aanhief, maar zong van bevrijding, als uiting van hoop, dwars tegen de situatie in. En Sytze de Vries moedigde de kerkgangers aan ook zo’n ‘Jona noodpakket’ samen te stellen. Zoek een aantal liederen uit en leer die uit je hoofd, om ze als psalmen in de nacht, als steunpunten bij de hand te hebben. Die suggestie geef ik graag aan u door, al was het maar omdat een gesprek over de vraag ‘welk lied zou je dan uit je hoofd willen leren en waarom?’ een mooie uitwisseling van gedachten zou kunnen opleveren.

Een column door Erik Heijerman

Een dichter over taal en toekomst van het kerklied

Vanaf 1985 schrijf ik kerkliederen. De eerste twee zijn verschenen in Contrafacten, een keuze uit de psalmzettingen van Heinrich Schütz1. De correspondentie met Ad den Besten, die de dichters in dit project begeleidde, heb ik nog liggen. Den Besten heeft mijn teksten zorgvuldig en nauwgezet gelezen en bekritiseerd en ze kwamen vijf, zes keer bij mij terug met dank en bevestiging en heel wat opmerkingen en heel soms een suggestie. Ik kon dan weer aan het werk. De aanhef van de brieven (sic) heen en weer veranderde van ‘zeer geleerde’, naar ‘geachte’, naar ‘beste’.
Een artikel van Andries Govaart

Ik ben de opstanding - Een motet voor koor en orgel

In deze rubriek Liedbespreking richten we onze aandacht deze keer niet op een lied in de strikte zin van het woord, maar op een motet. In zowel de Latijnse polyfone kerkmuziek als in de Lutherse traditie wordt in een motet een korte tekst (meestal uit de Bijbel) getoonzet op een zodanige wijze dat de woorden nog meer gaan ‘spreken’ en, mede door veelvuldige herhaling, dieper kunnen doordringen in de harten van de gelovigen.
Een liedbespreking door Bert Stolwijk

Interview met Wim Does

Op 1 januari jl. trad Wim Does aan als titulair organist van de roomskatholieke Sint-Catharinakathedraal in Belle, die deze functie ruim 40 jaar had vervuld. Wie is deze organist? Tijd voor een kennismakingsinterview.
Een interview door Bert Stolwijk

– Tijdvenster 1876-1928 – (I) 150 jaar Gregoriusblad

Dit jaar bestaat het Gregoriusblad 150 jaar. Waarschijnlijk is het ’t oudst bestaande tijdschrift over muziek in Nederland.1 Het jubileum is de aanleiding voor een terugblik op de ontwikkeling van de rooms-katholieke kerkmuziek in de afgelopen 150 jaar. In vier ‘tijdvensters’ zal die ontwikkeling worden beschreven (iedere aflevering één tijdvenster). Achtereenvolgens komen aan bod de perioden 1876-1928 (I); 1928-1963 (II); 1963-1984 (III); 1984-2025 (IV).
Een artikel door Richard Bot

Massieve harmonie en devotionele effecten

De kerkmuziek van Samuel Sebastian Wesley In 2026 is het 150 jaar geleden dat de organist en componist Samuel Sebastian Wesley overleed. Wesley liet geen groot kerkmuzikaal oeuvre na, maar is desondanks een van de belangrijkste componisten en vernieuwers van kerkmuziek in Engeland in het midden van de negentiende eeuw. Wie was hij, en wat was zijn betekenis voor de kerkmuziek?
Een artikel van Erik Heijerman