Transformaties
Vroeger keek ik op zaterdagavond nog wel eens naar ‘Nederland zingt’. Met een zekere regelmaat zat daar wat tussen wat ik mooi vond. Helaas kijk ik de laatste jaren steeds minder. Afgezien van een enkele steile Geneefse psalm, zinderend begeleid door eenorganist met vibrerende handen, is het programma gekaapt door een evangelische insteek, met vrijwel alleen nog liederen gezongen in de stijl van de lichte muziek. Nou gaat het mij er niet om te treuren om het verlies van het traditionele, ‘klassieke’ kerklied. De ontwikkelingen zijn niet tegen te houden, dit is blijkbaar wat veel moderne mensen aanspreekt. Er zit echter een opvallend element tussen dat mij intrigeert, en dat is het verschijnsel dat oude, klassieke melodieën worden bewerkt en zodanig worden uitgevoerd, dat ze passen in het lichte-muziekgenre. Neem bijvoorbeeld de bewerking van Psalm 139 die een keer in Nederland zingt klonk. (Zie QR-code voor een opname, speel af vanaf 5’.07’’.)
Wie thuis is in de psalmen herkent ogenblikkelijk de traditionele Geneefse melodie. In de uitzending wordt een zangeres begeleid door een pianist en een gitarist, en ik vind dat ze het als zodanig heel goed doen. Maar het is lichte muziek geworden. De zangeres zingt met veel syncopes, verandert de melodie regelmatig voor meer effect, herhaalt stukjes, zingt zoals gebruikelijk in deze stijl met scoops (van onderen naar een noot toezingen), heeft de helft van de tijd de ogen dicht en heft haar handen met de palmen open regelmatig in aanbidding (?) omhoog. Dit is een interessant verschijnsel: er is een band met de traditie, maar het origineel wordt grondig getransformeerd.
Dat is natuurlijk niet nieuw. In maart zongen we met de Domcantorij de Passion according to St. Mark van Charles Wood. Het is de enige Engelstalig passie die op een evangelietekst is geschreven, en die tekst wordt afgewisseld met een aantal koralen. Maar nu komt het: die koralen zijn afkomstig uit het gregoriaans en uit de Engelse Renaissance. Zo is het openingskoraal Sing my tongue, the glorious battle gebaseerd op de gregoriaanse hymne Pange lingua gloriosi. De melodie daarvan wordt vrijwel onveranderd overgenomen, maar genoteerd in halve notenwaarden. Het koor zingt in wisselende bezettingen en krijgt een vierstemmige orgelbegeleiding mee, gaandeweg meer complex. Ook hier dus een transformatie: van gregoriaans tot Engelse hymn.
Hebben we in deze twee gevallen met eenzelfde soort transformatie te maken? Als ik bij mezelf te rade ga staat de lichte-muziekversie van Psalm 139 mij enigszins tegen,maar Wood niet, en ik vraag me af waarom. Is het vanwege het feit dat ik bij Wood meer respect ervaar ten opzichte van de oude melodie? Is het omdat hij veel minder dan bij de psalmbewerking terecht komt in een andere kerkmuzikale wereld? Komt het omdat bij hem een koor klinkt, en de psalm een solistisch gebeuren is? Of heeft het te maken met het feit dat ik bij het ene stuk een ander soort religiositeit ervaar dan bij het andere, en wat is dat verschil dan precies? U merkt: vragen te over, natuurlijk voor u bedoeld om er zelf ook eens over na te denken.
Een column van Erik Heijerman
Alsof het land zegt: laat de soorten bestaan
Het zal ruim twintig jaar geleden geweest zijn. Ik werd benaderd door iemand van de Protestantse Kerk Nederland (PKN): of ik kerkliederen schreef voor kinderen en zo ja, mocht zij iets komen ophalen? In die tijd was een samenwerking begonnen tussen componist Willem Vogel en mij. Bij de viering van zijn 75e verjaardag in de Oude Kerk nodigde hij me uit teksten naar hem te sturen, want ‘ik vind uw vertaalde Bachkoralen heel mooi.’ Ik was verbaasd hoe hij ze kende. Zo ontstonden teksten met melodieën van hem, handgeschreven lagen ze in de brievenbus. Heel toegankelijk, niet simpel: ‘Een melodie hoeft niet als een gebraden duifje in je mond te vliegen.’
Een artikel van Ria Borkent
Joseph Rheinberger (1839-1901)
De stille kracht van de Duitse laatromantische kerkmuziek De muziek van Josepf Rheinberger (1839-1901) is niet uitbundig of theatraal. Te lang is de schoonheid ervan onderbelicht gebleven en daarom verdient deze meer aandacht. Kenmerkend zijn de harmonische schoonheid, heldere melodische structuur en ingetogenheid. Het is muziek die gericht is op innerlijke expressie, balans en spirituele diepgang, waarbij de liturgische context vaak de hoofdrol speelt. Rheinbergers muziek is beïnvloed door de Italiaanse en Duitse polyfone traditie.
Een artikel van Susanna Veerman
Tijdvenster 1928 – 1963 (II) 150 jaar Gregoriusblad
De Liturgische en Kerkmuzikale Beweging
Dit jaar bestaat het Gregoriusblad 150 jaar. Waarschijnlijk is het ’t oudst bestaande tijdschrift over muziek in Nederland. Het jubileum is de aanleiding voor een terugblik op de ontwikkeling van de rooms-katholieke kerkmuziek in de afgelopen 150 jaar. In vier ‘tijdvensters’ en vier afleveringen wordt die ontwikkeling beschreven. In deze aflevering de Liturgische en Kerkmuzikale Beweging tussen 1928 en 1963.
Een artikel van Richard Bot
Sharing the joy of the Gospel
Enkele overwegingen bij de liturgische muziek tijdens de installatie van de 106e aartsbisschop van Canterbury, Sarah Mullally
“Our world today needs the love, healing and hope that we find in Jesus Christ. I continue to pray that we renew our confidence in this good news, and recommit ourselves to sharing the joy of the Gospel.”
Een artikel van Richard Bot
‘Ik houd van Louis Vierne maar ook van Barbara Pravi’
Interview met Poppeia Berden
Al een tijdje geleden is Poppeia Berden organiste geworden in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Maastricht. Een uitdagende maar mooie post als organist om te mogen bekleden. Hoog tijd om nader met Poppeia kennis te maken. Collega-organiste Susanna Veerman tevens redactielid van het Gregoriusblad) interviewde haar.
Een interview door Susanna Veerman